Datum uitspraak: 15 september 2026
Inhoudsindicatie: Arbeidsongeschiktheid. Premievrije voortzetting. WAO. Aanvraagtermijn. Termijnoverschrijding. Hardheidsclausule. Zorgplicht. Informatieplicht.
De zaak in het kort: Verzoeker is sinds 28 augustus 1996 arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering. Pas in 2021 en 2023 vraagt ze om pensioenopbouw zonder premiebetaling tijdens arbeidsongeschiktheid aan, hierna aangeduid als premievrije voortzetting. Het fonds wijst dit af omdat de aanvraag niet binnen één jaar na arbeidsongeschikt worden is gedaan. Verzoeker stelt dat zij niet is geïnformeerd over de aanvraagtermijn en dat het fonds al lange tijd wist van haar arbeidsongeschiktheid. Het fonds beroept zich op het reglement. De commissie oordeelt dat de aanvraag te laat is, maar dat het fonds vanaf 1 januari 2006 genoeg informatie heeft om nader onderzoek te doen of contact op te nemen met verzoeker. Een uitzondering op het reglement is gerechtvaardigd. Daarom wijst de commissie het verzoek gedeeltelijk toe.
Volledige uitspraak:
Uitspraak in geschil 465