Datum uitspraak: 4 december 2024
Inhoudsindicatie: Nabestaandenpensioen. Pensioengevend salaris. Berekening. Begripsbepaling. Pensioenrekenleeftijd. AOW-leeftijd. Pensioenleeftijd.
Samenvatting: De echtgenoot van verzoeker is, na een dienstverband korter dan een jaar bij een werkgever van de overheid, overleden. Hij was deelnemer in het pensioenfonds ABP. Zijn nabestaanden (echtgenote en kinderen) ontvangen vervolgens een nabestaandenpensioen van ABP. De nabestaande echtgenote, de verzoeker, is het niet eens met de wijze van berekening van dit nabestaandenpensioen en verzoekt pensioenfonds ABP om deze berekening toe te lichten en te herzien. Zij acht het nabestaandenpensioen allereerst te laag omdat het salaris van haar overleden echtgenoot tijdens zijn dienstverband enkele keren was verhoogd en het laatst genoten salaris hoger was dan het startsalaris. Daarnaast is verzoeker het niet eens met de te bereiken pensioenleeftijd die door ABP in de berekening wordt gehanteerd. ABP is het daar niet mee eens en voert aan dat het nabestaandenpensioen correct is berekend volgens het pensioenreglement. De commissie stelt ABP in het gelijk.
Volledige uitspraak:
Uitspraak in geschil 372