Datum uitspraak: 19 mei 2025
Inhoudsindicatie: Afkoopbedrag. Afkoopfactoren. Indicatie. Opgebouwd nabestaandenpensioen. Communicatie. Notificatie.
Samenvatting: Het pensioenfonds doet op 17 april 2023 digitaal een voorstel aan verzoeker tot afkoop van een laag pensioen, als bedoeld in artikel 66 van de Pensioenwet. Verzoeker stemt hiermee op 25 april 2023 in door invulling van een digitaal aanvraagformulier. Het aanvraagformulier vermeldt een afkoopbedrag van bruto € 7.287,37 (‘het eerste bedrag’) en de waarschuwing: “Let op: de brutobedragen zijn een indicatie”. Het pensioenfonds plaatst diezelfde dag een bevestiging van de afkoop in de persoonlijke digitale omgeving van verzoeker. Daarin staat dat het afkoopbedrag € 6.243,85 (‘het tweede bedrag’) is, en dat dit bedrag nog kan veranderen. Het pensioenfonds stelt dat diezelfde dag ook een notificatie per mail is gestuurd met de melding dat er betreffende de afkoop een bericht klaarstaat in verzoekers persoonlijke digitale omgeving. Na het bereiken van de AOW-leeftijd ontvangt verzoeker een afkoopbedrag van bruto € 5.254,47 (‘het uiteindelijke afkoopbedrag’). Verzoeker stelt dat zij de notificatie van 25 april 2023 niet heeft ontvangen en de bevestigingsbrief niet heeft gezien. De commissie heeft in een tussenuitspraak van 19 februari 2025 aan het pensioenfonds opgedragen om aan te tonen dat het op 25 april 2023 de notificatie aan verzoeker heeft gestuurd. Het pensioenfonds heeft dit bewijs geleverd. Verzoeker kon dan ook, toen zij instemde met de afkoop, niet rekenen op het eerste bedrag. De marge tussen het tweede bedrag en het uiteindelijke afkoopbedrag wordt verklaard door de gewijzigde afkoopfactoren in het pensioenreglement, en is aanvaardbaar. De commissie wijst de vordering van verzoeker af.
Volledige uitspraak:
Uitspraak in geschil 365