Gepubliceerd op: 16/06/2025
Situatie indiener
De indiener van het geschil was werkzaam als bestuurder bij instellingen die onder de verplichtstelling van het ABP vielen. De laatste 17 jaar was zij onafgebroken deelneemster bij ABP. Indiener is arbeidsongeschikt geworden toen zij 39 jaar oud was. Ze ontvangt een IVA-uitkering. Er is geen zicht op herstel. Door de wijze waarop het UWV haar dagloon heeft berekend ontvangt indiener volgens haar eigen berekeningen (afhankelijk van het referentiepunt) ruim 15.000 euro minder arbeidsongeschiktheidspensioen per jaar. Tot haar pensioenleeftijd betreft dit al gauw een bedrag van 400.000 euro, zonder inflatiecorrecties. Doordat indiener kostwinner is heeft dit grote financiële consequenties voor haar en haar gezin. Zij moet naar eigen zeggen op termijn verhuizen naar een goedkopere woning als haar huidige, lage hypotheekrente moet worden verlengd.
Ingediende klacht
Indiener wil dat haar arbeidsongeschiktheidspensioen wordt berekend op basis van een hoger dagloon, waardoor de uitkering beter aansluit op haar voormalig inkomen en welvaartsniveau. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door het dagloon te berekenen:
- Op basis van haar inkomen direct voor de ingang van haar WW-periode.
- De bovenwettelijke WW-uitkering mee te nemen in de dagloonbepaling op een identieke wijze als dit met haar reguliere WW-uitkering gebeurt.
- Het dagloon te baseren op haar inkomen bij haar laatste werkgever voordat ze de IVA inging.
- Deze klacht heeft ze eerst ingediend bij het UWV en later bij het ABP.
Standpunten ABP
- Rechten worden ontleend aan het pensioenreglement. Dat is correct toegepast.
- De sociale partners hebben bepaald dat het dagloon leidend is. Het pensioenfonds heeft niet de vrijheid hiervan af te wijken.
- De situatie van indiener is niet onredelijk omdat het vervangingsinkomen circa 70% is.
- In een collectieve solidaire pensioenregeling is er geen enkel verband tussen de berekening van het pensioen en de afgedragen pensioenpremies.
- De indiener heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. Zij heeft ingestemd met het ontslag. Daarnaast had zij privé een excedent-AOV kunnen afsluiten in de particuliere markt.
Visie Ombudsman Pensioenen
De Ombudsman is het op zich eens met ABP dat het pensioenreglement correct is toegepast. Daarbij plaatst hij de volgende nuanceren:
- De Ombudsman leest in het plan design van het ABP arbeidsongeschiktheidspensioen de intentie om tot een vervangen pensioen te komen van 80% (inclusief WIA-uitkering) voor deelnemers onder en boven het maximum dagloon. Dit percentage wordt ook genoemd onder andere in het UPO en telefonische contacten met indiener.
- De wettelijke dagloonbepalingen van het UWV zijn niet primair opgesteld om arbeidsongeschiktheidspensioenen bij pensioenfondsen vast te stellen. Zeker niet als dit om inkomens gaat boven het maximale dagloon.
- De Ombudsman heeft van ABP geen informatie ontvangen waarin zij indiener of haar voormalige werkgever vooraf hebben geattendeerd dat dit risico/scenario zich zou kunnen voordoen.
Het ABP geeft aan dat zij de hardheidsclausule niet mag toepassen omdat het dagloon expliciet benoemd is in het pensioenreglement. De sociale partners hebben er expliciet voor gekozen dat het UWV bepalend is.
- De Ombudsman betwijfelt niet dat de sociale partners bewust hebben gekozen om het UWV-dagloon te volgen, maar heeft wel twijfels of de sociale partnets deze bijzondere casus (WW in combinatie met inkomen boven dagloongrens) mede voor ogen hebben gehad toen ze dit besloten.
- De Ombudsman deelt de visie niet dat de hardheidsclausule niet mag worden toegepast. Als er sprake is van niet beoogde schrijnende situaties moet er een aanpassing van het dagloon mogelijk zijn op basis van de hardheidsclausule als dit meer in lijn is met de strekking c.q. de geest van de pensioenregeling. ABP heeft ook een eigen verantwoordelijkheid om indien nodig de menselijke maat toe te passen.
Het vervangingsinkomen van 70% maakt de situatie van de indiener volgens ABP niet onredelijk.
- De door ABP getoonde berekening van 70% vervangingsinkomen geeft een vertekende (te rooskleurige) voorstelling van zaken. Dit komt omdat ABP bedragen met elkaar vergelijkt uit verschillende jaren. Soms is het ene bedrag wel geïndexeerd en het andere bedrag niet. Indien hiervoor gecorrigeerd zou worden kom je onder de 70% uit. Afhankelijk van de uitgangspunten kom je dan in de range tussen 63% en 66%. De ambitie was geen 70% maar 80%.
ABP beredeneert dat er bij collectieve solidaire regelingen geen relatie is tussen premie en recht.
- Deze op zichzelf juridische niet onjuiste beredenering van ABP vindt de Ombudsman in deze casus niet een redelijk en billijk standpunt. Als de werkgever vrijwillig bij werkloosheid de arbeidsongeschiktheidspremie over het gehele niet niet gemaximeerde salaris -/- franchise heeft betaald, is het (verzekeringstechnisch) niet logisch dat in de WW-referentieperiode de dekking beperkt blijft tot het maximumdagloon.
- Na een quick scan op de ABP-website heeft de Ombudsman niet gevonden dat ABP de deelnemer of de werkgever op dit risico wijst. Dit terwijl dit zeker bij hogere inkomens in enkele casussen kan leiden tot een forse inkomensval als met arbeidsongeschikt wordt tijdens een WW-periode.
ABP wijst ook op de eigen verantwoordelijkheid van indiener.
- De Ombudsman deelt dit punt wat betreft het instemmen met ontslag terwijl ze feitelijk nog ziek was. Dit zegt echter ook iets over de rol van de voormalige werkgever/Raad van Toezicht in deze casus.
- De Ombudsman wijst ABP op de aanbeveling in zijn jaarverslag over 2023 waar hij pensioenfondsen oproept om coulant om te gaan met klachten die hier uit voortkomen. Immers, indien er geen ontslag had plaatsgevonden was de economische schade van de arbeidsongeschiktheid zeer waarschijnlijk ook voor rekening van het pensioenfonds gekomen. Met andere woorden: de collectiviteit heeft voordeel gehad doordat het afscheid in dit geval gerealiseerd is via de WW-route.
- De stelling van ABP dat indiener ook zelf een excedent-AOV had kunnen afsluiten in de particuliere markt vindt de Ombudsman niet zo reëel. Hij denkt dat het moeilijk zou zijn geweest om zo’n verzekering in de particuliere markt af te sluiten. Immers, de indiener had al een AO-dekking bij het ABP die ook doorliep tijdens de werkloosheid (risico van oververzekeren/dubbele dekking). Daarnaast, op het moment dat zij ziek was en/of werkeloos lijkt het de Ombudsman moeilijk om zonder bijzondere voorwaarden geaccepteerd te worden door een particuliere schadeverzekeraar (verzekeren brandend huis).
Advies Ombudsman
De Ombudsman adviseert ABP op basis van de hardheidsclausule een fictieve dagloonberekening te maken, waar de uitkering uit de bovenwettelijke WW-uitkering op een gelijke manier meetelt als de reguliere WW-uitkering. Hierdoor zal het arbeidsongeschiktheidspensioen van indiener hoger worden.
Reactie ABP
Het advies van de Ombudsman wordt door ABP niet opgevolgd.
Bijlage: Volledig advies aan ABP om excedent arbeidsongeschiktheidspensioen te verhogen