In 2025 behandelde GIP bijna 500 geschillen, waarvan een groot deel startte met bemiddeling. Hieronder vindt u een selectie van praktijkvoorbeelden. Sommige trajecten leidden tot een oplossing, andere niet. Omdat elke situatie uniek is, kunnen aan deze voorbeelden geen rechten ontleend worden.
Situatie in geschil 200
De indiener krijgt een half jaar ná de start van zijn vervroegd pensioen te horen dat zijn uitkering te hoog vastgesteld is. De oorzaak is dat het verevend partnerpensioen niet goed verwerkt is. Daaraan gaat het volgende vooraf: De indiener scheidt in 2003. De verevening van het partnerpensioen wordt dan administratief correct verwerkt door de pensioenverzekeraar. In 2008 wisselt de indiener van baan en vindt er een waardeoverdracht plaats naar een pensioenfonds. Daarbij informeert de pensioen-verzekeraar het fonds niet over de verevende rechten. In 2014 ontdekt de pensioenverzekeraar deze fout en stelt het pensioenfonds daarvan per brief op de hoogte. De indiener zelf wordt niet geïnformeerd. Het pensioenfonds geeft aan de brief niet te hebben ontvangen, waardoor het ouderdomspensioen niet wordt aangepast. De fout komt pas aan het licht wanneer de ex-partner van de indiener navraag doet over haar pensioen. Het pensioenfonds laat de indiener vervolgens weten dat zijn ouderdomspensioen in de toekomst ongeveer 25% lager wordt en dat het te veel betaalde bedrag wordt teruggevorderd. De indiener is het hier niet mee eens en wendt zich uiteindelijk tot GIP.
Situatie in geschil 225
De ouderdomsuitkering van de indiener wordt vanaf april 2023 verlaagd. Dit betreft de tweede verlaging. Ook voor pensioeningang is er jarenlang een te hoog ouderdomspensioen gecommuniceerd. De indiener vraagt het fonds waarom zijn pensioen opnieuw verlaagd wordt. Het fonds legt uit dat de verlagingen het gevolg zijn van fouten in de administratie. Het fonds geeft daarbij aan te begrijpen dat dit vervelend is voor de indiener en biedt hiervoor excuses aan, maar stelt dat administratieve fouten hersteld mogen worden. De indiener neemt hier geen genoegen mee en dient een klacht in.
Situatie in geschil 374
Indiener vraagt op 22 oktober 2023 haar pensioen aan met ingangsdatum 1 januari 2024. Het indicatieve ouderdomspensioen bedraagt € 1.012 bruto per maand. Op 15 december 2023 ontvangt zij bericht dat dit pensioen met 4,3% verlaagd wordt. Dit komt neer op € 44 bruto per maand minder, oftewel € 524 per jaar. Na navraag blijkt dat de verlaging het gevolg is van gewijzigde factoren per 1 januari 2024. Met name de sterke stijging van de gemiddelde rente in de afgelopen twee jaar speelt hierbij een rol.
Situatie in geschil 390
De indiener vraagt waardeoverdracht aan van een pensioenfonds naar een pensioenverzekeraar. Het gaat om een waardeoverdracht van een middelloonregeling naar een beschikbare premieregeling op basis van beleggingen. Bij de eerste aanvraag is de over te dragen waarde volgens de indiener te laag, waardoor het proces tijdelijk stopgezet wordt. De oorzaak is dat het pensioenfonds rekende met een te laag pensioengevend inkomen over twee jaar. Het corrigeren van het pensioengevend inkomen verloopt uitermate moeizaam tussen de werkgever en het pensioenfonds. Zo kan de ex-werkgever bijvoorbeeld vanwege privacyregels geen toegang krijgen tot de gegevens van de ex-werknemer bij het pensioenfonds. Na ruim zeven maanden is het pensioengevend inkomen uiteindelijk gecorrigeerd. Vervolgens wordt er een tweede waardeoverdracht offerte uitgebracht. De maximale wettelijke termijn voor waardeoverdracht is dan al ruimschoots overschreden. De indiener gaat akkoord met de waardeoverdracht, maar dient wel een klacht in omdat het kapitaal door het handelen van het pensioenfonds later bijgeschreven is op haar pensioenbeleggingsrekening bij de nieuwe uitvoerder. Hierdoor heeft zij een waardestijging van de beleggingen misgelopen.
Situatie in geschil 502
De indiener wil zijn opgebouwde pensioen overdragen naar zijn nieuwe pensioenfonds. Het gaat om een waardeoverdracht van een beschikbare premieregeling naar een middelloonregeling. Het fonds heeft op dat moment een dekkingstekort en mag de overdracht daarom niet direct uitvoeren. De indiener vraagt of zijn pensioenkapitaal tijdelijk kan worden bevroren totdat waardeoverdracht wél mogelijk is. Het pensioenfonds zegt dat dit niet kan. Later blijkt dat het kapitaal wél kon worden omgezet naar een spaarrekening. De indiener is hierover niet geïnformeerd. Omdat zijn pensioen-kapitaal in de periode tussen de aanvraag en de uitvoering van de overdracht sterk gedaald is, dient hij een klacht in.
Situatie in geschil 587
De indiener werkt bij een werkgever met een pensioenregeling bij een pensioenverzekeraar. Het bedrijf wordt door een pensioenfonds benaderd met de mededeling dat het onder de verplichtstelling van het fonds valt. In mei 2016 sluit de werkgever zich aan. Volgens het pensioenfonds had de werkgever ook in de jaren daarvoor al moeten deelnemen en premie moeten betalen. De werkgever maakt bezwaar en vraagt vrijstelling over het verleden, omdat er in die periode al een pensioenregeling via een verzekeraar liep. Het fonds wil deze vrijstelling verlenen, op voorwaarde dat de regeling met terugwerkende kracht financieel en actuarieel gelijkwaardig wordt gemaakt aan die van het pensioenfonds. De werkgever regelt dit in februari 2021. Daarna verleent het fonds vrijstelling met terugwerkende kracht voor de periode van 1 maart 2014 tot 1 mei 2016. Een verschil dat tussen de twee regelingen wel blijft bestaan, is het arbeidsongeschiktheidspensioen. Deze kent de regeling van het fonds wel maar de regeling van de pensioenverzekeraar niet.
De indiener wordt op 21 september 2015 ziek. Na twee jaar valt zij definitief uit en ontvangt zij een WIA-uitkering. Omdat de eerste ziektedag in de vrijstellingsperiode valt die het pensioenfonds en de werkgever in 2021 afgesproken hebben, stelt het fonds dat de indiener geen recht heeft op een arbeidsongeschiktheidspensioen.
Omdat de indiener vanaf 2017 wel als arbeidsongeschikte deelnemer bij het fonds geregistreerd staat, wordt het arbeidsongeschiktheidspensioen toch uitbetaald tot en met 2023. Dit terwijl het pensioenfonds al in februari 2021 met terugwerkende kracht vrijstelling heeft verleend. In 2024 ontdekt het fonds deze fout en vordert het een deel van de onterecht betaalde uitkering terug.
Bemiddeling in geschil 587
Situatie in geschil 609
UWV geeft aan het pensioenfonds door dat een deelnemer een WGA-vervolguitkering ontvangt en geeft niet door dat zij gelijktijdig een ZW-uitkering ontvangt. Het pensioenfonds gaat op basis van die gegevens automatisch een WGA-hiaatpensioen uitkeren aan de deelnemer. Anderhalf jaar na ingang van het hiaatpensioen zet UWV de vervolguitkering met terugwerkende kracht om in een IVA-uitkering, omdat zij (na een medische keuring) volledig arbeidsongeschikt wordt verklaard. Het fonds vordert het uitgekeerde WGA-hiaatpensioen van ca. € 13.500 netto terug van de deelnemer omdat zij geen recht heeft op een hiaatpensioen. De deelnemer gaat hier niet mee akkoord.
Situatie in geschil 673
De indiener overweegt vervroegd met pensioen te gaan via een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Om per 2 juli 2024 te stoppen, moet zij dit uiterlijk op 1 januari 2024 doorgeven. Voordat zij deze keuze maakt, wil ze eerst inzicht in de financiële gevolgen. Hiervoor raadpleegt zij het deelnemersportaal. Er ontstaat echter een probleem: haar opgebouwde pensioen is per 1 oktober 2023 via een collectieve waardeoverdracht overgegaan naar een ander pensioenfonds. Na deze overgang is haar pensioen eerst niet zichtbaar in het nieuwe portaal, ook niet in november. Eind november neemt de indiener contact op met het fonds. Op advies van een medewerker vraagt zij met spoed een berekening aan, die zij pas in januari ontvangt. In december worden ondertussen de bedragen in het portaal alsnog zichtbaar. Op 20 december belt de indiener opnieuw met het fonds. Ze vraagt of de getoonde bedragen in het portaal nettobedragen zijn. De medewerker bevestigt dit. Op basis hiervan kiest de indiener, vlak voor de deadline, voor de RVU-regeling per 2 juli 2024. Wanneer zij in januari 2024 de aangevraagde berekening ontvangt, blijkt dat de bedragen in het portaal te hoog waren. Het ging namelijk om bruto bedragen. Haar uiteindelijke vervroegde pensioen valt daardoor lager uit. De indiener dient een klacht in, omdat zij onjuist is geïnformeerd en onder tijdsdruk een beslissing heeft moeten nemen.